Women Ancestors Document – ontstaan

Nadat het zenboeddhisme naar het Westen was gekomen, beoefenden mannen en vrouwen zij aan zij in dezelfde kloosters en zaten in dezelfde zendo. De overdracht van leraar op leerling werd voortgezet. De boeddhistische service, rituelen en ceremonies werden gehouden, maar wat steeds meer ging wringen was dat hierbij alleen mannelijke voorouders en patriarchen genoemd werden. Ook alle verhalen, koans en teksten gingen over mannelijke beoefenaars, mannelijke zenmeesters en monniken. Waar waren de vrouwen? In de laatste decennia van de twintigste eeuw is er langzaam meer aandacht gekomen voor de vrouwelijke voorouders van zen. Teksten werden vertaald en bestudeerd, onderzoek naar vrouwelijke dharma opvolgers werd opgestart en uitgevoerd. Stap voor stap werd bekend dat er ook vrouwelijke voorouders zijn, hoe ze heten, wie ze waren en in wat voor omstandigheden ze leefden. 

Toch duurde het nog enige tijd voordat er officiële erkenning kwam voor de  vrouwelijke voorouders. In 2007 werd in de VS voor het eerst een officieel document gebruikt tijdens een zen ceremonie waarin de namen van vrouwelijke voorouders stonden. De concrete aanleiding voor het samenstellen van dit document was de voorbereiding van een jukai ceremonie  (het ontvangen van de Mahayana voornemens) binnen Salt Spring Zen Circle. Rowan Percy, een van de mensen die jukai  zou ontvangen, besprak met haar leraar Eihei Peter Levitt Sensei dat ze de namen van vrouwelijke beoefenaars miste in de documenten waarop meer dan tachtig generaties van patriarchen vanaf de Boeddha stonden. Dit was de aanzet om een document samen te stellen waarin de namen van vrouwen opgenomen werden, vanaf Kanzeon en Prajnaparamita naar mythische vrouwelijke voorouders, overgaand naar Indiase, Chinese, Japanse en Westerse matriarchen. Rowan was de eerste die dit document tijdens haar jukai ontving. 

Het document werd overgedragen naar de Soto Zen Buddhist Association (SZBA) van de VS met het verzoek om verdere studie en onderbouwing van de keuze van matriarchen. Een commissie, geleid door Grace Schireson Roshi, voerde dit uit. Het ontwerp van de cirkel waarin alle namen van vrouwelijke voorouders zijn verwerkt, werd ontworpen door Barbara Cooper. In oktober 2010 is het document definitief aangenomen en vastgesteld door de SZBA. 

In het midden van de rode cirkel staan links en rechts twee lijntjes. Hierop kunnen de namen worden geschreven van de zenleraar die de wijding geeft en de leerling die de wijding ontvangt. Dit is in aansluiting op het patriarchale document waaraan ook de beide namen worden toegevoegd.

In de namen van de Westerse matriarchen zit soms een kleine variatie, afgestemd op de voorouderlijn van de betreffende  sangha.