Yasodhara (5e eeuw voor Chr.)

Vele versies

Yasodhara is bekend geworden als de vrouw van Siddhartha, de latere Boeddha. Vaak wordt niet zoveel meer dan dit gegeven genoemd. En als er al iets meer over Yasodhara wordt verteld, is dat vaak met een wat negatieve ondertoon, alsof ze een soort obstakel was voor de Boeddha op zijn weg naar verlichting. Maar wie was Yasodhara en hoe zag haar levenspad eruit?

Er zijn allerlei verhalen over de Boeddha en in sommige wordt ook gesproken over Yasodhara. De verhalen zijn soms heel verschillend met af en toe tegenstrijdige informatie. We weten niet wat werkelijk zo gegaan is, omdat alle teksten pas later zijn opgetekend na eeuwenlange mondelinge overlevering. 

De legende die we in het Westen over het algemeen als het levensverhaal van de Boeddha beschouwen, komt uit de Theravada-traditie, vanuit een bepaalde versie van de Pali-literatuur. Een aantal elementen in dit levensverhaal zijn lastig te plaatsen in ons beeld over de Boeddha en worden waarschijnlijk daardoor vaak onderbelicht. Een voorbeeld hiervan is de passage waarin prins Siddhartha Gautama – de latere Boeddha – zijn vrouw achterlaat met hun baby als hij midden in de nacht vertrekt. Hij gaat weg zonder dit vooraf met haar te bespreken of zonder het zelfs maar aan te kondigen aan zijn vrouw. Na zijn vertrek voedt Yasodhara hun zoon alleen op. Jaren later bezoekt de Boeddha zijn familie in het paleis. Na korte tijd vertrekt hij voorgoed om zijn leer verder uit te dragen en een gemeenschap van volgelingen te stichten. Hij neemt hun zoon zonder overleg met Yasodhara mee, en wijdt deze tot monnik. Yasodhara blijft achter, zonder man en zonder kind. Moeilijke passages die tegenwoordig voor veel beoefenaars vragen oproepen.

Maar naast deze versie zijn er veel andere versies en verhalen, met ieder hun eigen perspectief, interpretatie en uitleg. Ze drukken allemaal verschillende aspecten uit van onze geest, van ons hart, van ons verlangen. Daarom is het jammer dat deze verhalen en details door de tijd heen naar de achtergrond zijn verschoven, en bij de introductie van het boeddhisme in Amerika en Europa zijn weggevallen. 

De kleurrijke waaier aan verhalen over het leven van de Boeddha en Yasodhara is verrijkend en inspirerend voor onze praktijk van alledag. Want als één ding duidelijk wordt uit het leven van Yasodhara en haar man Siddhartha, dan is het wel dat het over een zoektocht gaat van mensen zoals wij, met heel herkenbare emoties in hele menselijke situaties.


Naam

We kennen de vrouw van de Boeddha onder de naam Yasodhara, wat betekent Drager van Lof. Het is niet haar naam, maar meer een soort eretitel die later aan haar is gegeven. In de Pali-canon  wordt gesproken over Bhaddakaccana. Ook dit zou niet haar naam zijn maar een bijnaam die ze kreeg naar aanleiding van haar uiterlijk. Bhaddakaccana betekent namelijk ‘zij met een huid als de kleur van gepolijst goud’. Andere namen waarmee ze in een aantal teksten wordt aangeduid zijn Bimba Devi, Bimba Sundari, en soms Gopa. Maar vaak wordt ze ook simpelweg Rahulamata genoemd, moeder van Rahula.

Enerzijds kan dit vreemd zijn. Van degene die de echtgenote van de Boeddha was, weten we geeneens de naam! Anderzijds is ze daarmee ook heel herkenbaar, want iedereen heeft diverse rollen in het leven: kind, partner, collega, oma/opa, vriend(in), ouder, buurvrouw/-man, noem maar op. Vanuit die invalshoek kunnen we ons waarschijnlijk makkelijk in de positie van Yasodhara verplaatsen.

Afkomst

In veel verhalen is Yasodhara de dochter van koning Suppabuddha en Amita. Amita was de zus van koning Suddhodana, de leider van de Sakya clan. Op dezelfde dag dat Amita was bevallen van haar dochter Yasodhara, kreeg ook haar broer Suddhodana een kind, namelijk een zoon die hij Siddhartha noemde. Er zijn geen precieze jaartallen bekend, maar over het algemeen wordt voor Siddhartha – de latere Boeddha – vijfde eeuw v. Chr. aangehouden. Dit zou dus ook de periode zijn waarin Yasodhara leefde.

Ze behoorde tot de Sakya clan, een rijk aan de voet van de Himalaya. Het gebied van de Sakya’s was ongeveer 50 km x 50 km en had als hoofdstad Kapilavastu. Het zou niet zozeer een koninkrijk zijn geweest, maar een republiek die bestuurd werd door rijke aristocraten, waarbij een van hen de leider was, een soort gouverneur. Dat Siddhartha een prins was, zoon van een koning, is waarschijnlijk niet juist. Het zou voortkomen uit een misinterpretatie, omdat in het Pali het woord raja niet alleen koning betekent, maar ook heerser of gouverneur.

Het gebied van de Sakya clan (blauw omcirkeld)

Er is niets bekend over de kinderjaren en jeugd van Yasodhara. Wel zijn er verhalen over haar latere man, Siddhartha. Bij zijn geboorte vertelt een ziener dat hij óf een groot staatsman zal worden óf een groot religieus leider. Zowel zijn vader, leider van het rijk, als de rijke mannen die mede het gebied besturen doen er alles aan om te voorkomen dat Siddhartha de religieuze richting uitgaat, omdat ze een opvolger voor het rijk willen behouden. Ze zorgen ervoor dat Siddhartha met veel comfort, weelde en vermaak wordt omringd, en dat alle ellende buiten zijn gezichtsveld blijft om op die manier spirituele aspiraties te voorkomen.

Siddhartha krijgt drie paleizen en wordt in zijn puberteit met allerlei wereldlijke genoegens omgeven. Zo vertelt de Lalitavistara dat Suddhodana “vertrekken laat maken met gedimd licht, zodat bepaalde zaken minder goed zichtbaar waren, en deze vertrekken geschikt waren voor allerlei pleziertjes op welk tijdstip dan ook.” “En zo kon de prins zijn tijd doorbrengen temidden van honderdduizenden knappe en ontwikkelde vrouwen, genietend van iedere mogelijke vorm van plezier, diensten en attenties ontvangend van vrouwen die prachtig gekleed waren, getooid met gouden kettingen, kostbare juwelen, met als enige doel de prins te vermaken met muziek en dans, zacht gefluisterde woordjes, flirtend, lonkend, verleidelijke blikken strooiend en hem verwennend met alle denkbare strelingen. Zo bracht de prins zijn tijd door met de mooiste vrouwen uit zijn harem, ieder mogelijk genot ontvangend zonder ook maar één stap buiten de paleiselijke gebieden te hoeven doen.” De Boeddha is er zelf in bepaalde teksten ook openhartig over dat hij omging met vele mooie vrouwen en in weelde leefde op alle gebieden.

Erotiek en seksualiteit zijn zeer menselijk en vormen een onderdeel van het bestaan van levende wezens. De beschrijving van dit soort elementen maakt duidelijk dat hij geen afstandelijk goddelijk wezen is dat een platonisch leven leidt. Hij is een mens van vlees en bloed. En het gegrepen worden door wereldse genoegens en illusies is iets dat iedereen zal herkennen. 

Op zijn 16e wordt het tijd voor Siddhartha om te trouwen. Suddhodana wil dat alle aristocratische Sakya families hun jonge dochters sturen, zodat Siddhartha een huwelijkskandidaat kan kiezen. Maar velen zijn niet genegen om hun dochter daarvoor beschikbaar te stellen. Siddhartha is een mooie jongeling, maar hij heeft weinig geleerd, geen kennis, en er wordt getwijfeld of hij wel hoofd van een gezin kan zijn. “Zelfs de goden klaagden over Siddhartha”, wordt er gezegd. Er komt een toernooi waarin Siddhartha samen met andere jonge mannen zijn vaardigheden in boogschieten, zwaardvechten, worstelen, zwemmen en hardlopen moet laten zien. Siddhartha komt als winnaar uit de bus. 

Hierna volgt alsnog een groot evenement waarbij alle jonge dochters één voor één bij Siddhartha langskomen, en Yasodhara uiteindelijk de bruid wordt. In sommige verhalen gaat de keuze van Siddhartha uit. In andere verhalen is Yasodhara degene die Siddhartha tot man verkiest en geen ander wil. Hierbij wordt gezegd dat de keuze tot ongenoegen van Yasodhara’s vader is, omdat hij de voorspelling bij Siddhartha’s geboorte kent en bang is dat zijn aanstaande schoonzoon een yogi wordt en dus zijn dochter in de steek zal laten. Yasodhara verklaart echter dat ze hoe dan ook Siddhartha als echtgenoot wil, ook al is er de mogelijkheid dat hij haar zal verlaten om het spirituele pad op te gaan.

Leven als getrouwde vrouw

Yasodhara trouwt met Siddhartha. Beiden zijn op dat moment 16 jaar. Ze wordt beschreven als een zelfstandig iemand met een eigen mening. Zo bedekt ze bijvoorbeeld niet haar hoofd, zoals het protocol voorschrijft. Na klachten hierover antwoordt Yasodhara rustig dat ze niets te verbergen heeft, dat de eis om haar gezicht te verbergen van kortzichtigheid getuigt en van waardes die puur op het uiterlijk zijn gebaseerd. Iemand die eerlijk en wijs is, hoeft niets te bedekken. En iemand die geen goede kwaliteiten heeft en onoprecht is, bij diegene helpt het niet om een gezicht te bedekken. Dus wat is het nut? Ze zegt dat de goden en alle heiligen haar gedachten kennen, haar discipline en zorgvuldigheid, dus waarom zou ze zich moeten bedekken? Suddhodana is verheugd over zijn welsprekende en weldenkende schoondochter en prijst haar. 

Yasodhara is de belangrijkste vrouw van Siddhartha, maar niet de enige. Er zijn nog twee andere echtgenotes, bijvrouwen, en daarnaast vele haremvrouwen ook wel dansmeisjes, prinsessen of koninginnen genoemd. Dit was normaal voor die tijd. De periode waarin de verhalen over de Boeddha en tijdgenoten zijn opgeschreven, komt in grote lijn overeen met de tijd waarin de Kama Soetra is verschenen, het bekende boek over erotiek, seksualiteit en een handleiding voor een goed leven op dit gebied. Het werd geschreven in de 2e eeuw na Chr, en de schrijver leefde in hetzelfde gebied als de Boeddha. In de Kama Soetra is wordt onder meer beschreven hoe bijvrouwen zich dienen te gedragen tegenover de echtgenoot en zijn eerste vrouw.

Oplopende spanning

Er zijn weinig verhalen bekend over het leven van Yasodhara en Siddhartha als getrouwd stel. Maar duidelijk is dat er gedurende de volgende twaalf jaar een bepaalde spanning ontstaat bij Yasodhara vanuit de voorspelling die de ziener gedaan heeft bij de geboorte van haar echtgenoot. De onrust dat hij haar zal verlaten sijpelt door. Ze krijgt dromen waarin ze ziet dat Siddhartha weggaat. Hij stelt haar gerust, zegt dat dromen niets voorstellen en dat ze zich geen zorgen moet maken.

En inderdaad, Siddhartha wentelt zich vele jaren lang in alle weelde en toont aanvankelijk geen interesse in een ander leven dan het wereldse. Dit leidt tot grote onrust bij de godin Abhaya. Zij was aanwezig bij de geboorte van Siddhartha, en kent het grotere plaatje. Ze weet de bestemming voor Siddhartha en probeert het scenario in de goede richting te krijgen. Maar zijn vader Suddhodana, zijn moeder en alle haremvrouwen doen hun best om Siddhartha op het wereldse spoor te houden, omdat ze een toekomstige leider willen. Ook bij deze periode wordt kleurrijk beschreven hoe zijn moeder de haremvrouwen instrueert om haar zoon op het wereldse pad te houden, en hoe deze vrouwen hun best doen om Siddhartha te behagen.

Op een gegeven moment wil Siddhartha meer van het rijk zien dat hij in de toekomst zal besturen. Hij maakt vier maal een tocht met zijn wagenmenner. De uitstapjes maken een diepe indruk op hem en zullen de beslissende kentering in zijn leven geven. Tijdens zijn eerste trip ziet Siddhartha voor het eerst iemand die ziek is, zweren heeft en pijn lijdt. Vervolgens ziet hij voor het eerst iemand die oud en gebrekkig is, en met moeite voortstrompelt met behulp van een stok. Tijdens zijn derde uitstapje ziet hij een dode met rouwende familieleden eromheen. De confrontatie met lijden, pijn en dood is heftig voor de rijke jongeling die tot dan toe slechts welzijn en luxe heeft gezien. Voor het eerst in zijn leven beseft hij dat ziekte, ouderdom en dood bij het lot van ieder mens horen. Pijn en lijden, op allerlei vlakken (fysiek, emotioneel) zijn onvermijdelijk. Het is een grote schok voor hem. Op zijn vierde en laatste tocht ziet Siddhartha een yogi, die in al zijn eenvoud een tevreden uitstraling heeft. Dit maakt de brandende vraag bij Siddhartha los: hoe kan dat? Hoe kun je – wetend van ziekte, ouderdom en dood – tevreden door het leven gaan? Deze vraag beheerst zijn leven.
En hiermee is zijn blik niet langer op het wereldse gevestigd. De omslag naar het religieuze pad is definitief. Siddhartha kan niet langer in zijn luxe omgeving blijven. Voor het laatst slaapt hij met Yasodhara. Daarna vertrekt hij midden in de nacht zonder dat zij van zijn plannen weet . 

In de steek gelaten

Als duidelijk wordt dat haar man weg is, is Yasodhara woedend. Hij heeft de gelofte die zij naar elkaar gedaan hebben toen ze trouwden, verbroken. “Wat voor dharma is dit!”, roept ze uit. En waarom heeft hij haar niet meegenomen, zoals wel vaker gedaan werd als een koning het contemplatieve leven verkoos?

Yasodhara laat hier de puur menselijke emotie van boosheid zien. Wie zou dat niet zijn als je na twaalf jaar huwelijk door je partner in de steek gelaten wordt, zonder daar van tevoren ook maar iets over te hebben besproken? Geen fraaie gelijkmoedigheid, maar rauwe emotie bij Yasodhara. Woede over het verlaten worden en hartverscheurende pijn omdat ze niet betrokken is, eenzaamheid over het achtergelaten zijn en de scheiding, en tevens intens verdriet. Ze negeert deze gevoelens niet, maar belichaamt en erkent ze volledig.
Dit doorvoelen tot op de bodem brengt haar terug bij een diep innerlijk weten. Ze ziet dat het vertrek van Siddhartha nodig is om tot verlichting te komen. Het pad dat ze samen al eonen lang volgen heeft deze noodzakelijke passage waarin al het voorwaardelijke losgelaten moet worden om tot ontwaken te komen.

Vanuit dit inzicht gaat ze staan voor de situatie. De pijn en het verdriet zijn niet weg, maar vanuit de gegeven situatie leeft ze haar leven. Siddhartha’s weg is buiten het dagelijks bestaan van familie en sociale context. Haar weg is binnen de gemeenschap. Ze belooft soberheid te beoefenen tot ze haar man weer zal zien.

Zwangerschap

Maar er blijkt nog een grote verandering in haar leven te zijn. In de laatste nacht dat Siddhartha bij haar was, is Yasodhara zwanger geworden. Zwanger van hun eerste kind. 

Af en toe komen er berichten van haar echtgenoot, omdat zowel haar vader als haar schoonvader – de leider van de Sakyas – soms spionnen sturen om te weten hoe het met Siddhartha gaat. Terwijl haar echtgenoot zijn weg zoekt, doet Yasodhara dat precies zo. Haar pad van zwangerschap spiegelt het pad van Boeddha’s verlichting, maar dan in het dagelijks leven. Ze krijgt avances van allerlei belangrijke heren, maar ze slaat alles af en wijzigt haar levensstijl. Alle afleiding bant ze uit haar bestaan. Ze draagt niet langer haar prachtige gewaden, maar kleedt zich sober. Ze doet geen sieraden meer om. Ze slaapt niet langer in een luxe bed, maar op een laagje stro op de grond. Tot slot gaat ze ook heel matig eten. Ze leeft ascetisch. Hiermee volgt ze een parallelle tocht naast Siddhartha.

Dit hele traject van Siddhartha en Yasodhara duurt ongeveer zes jaar. Ze is dus ongeveer zes jaar zwanger, een bijzonder lange tijd. De teksten verklaren deze lange periode vanuit gebeurtenissen in eerdere levens.

Doordat Yasodhara slechts eenmaal per dag eet, en uiteindelijk nóg minder, vermagert ze heel sterk. Dit tot grote bezorgdheid van haar schoonvader, voor wie de komst van een kleinkind topprioriteit is geworden nadat zijn zoon vertrokken is. Hij vreest voor de gezondheid van de ongeboren baby, zijn troonopvolger, en zorgt ervoor dat Yasodhara en de haremvrouwen geen bericht meer over Siddhartha horen. Ondanks dat Yasodhara geen informatie meer krijgt over haar man, blijft ze volkomen op hem afgestemd. Als Siddhartha na lange tijd van  ascese op het punt komt dat hij een kom romige rijstepap aanneemt van een vrouw – genaamd Sujata – gaat ook Yasodhara weer eten. En als hij onder de bodhiboom gaat zitten en het laatste stukje tot zijn uiteindelijke verlichtingservaring ingaat, start voor haar het urenlange baringstraject. En als Siddhartha uiteindelijk ontwaakt bij het zien van de morgenster, bevalt Yasodhara van hun zoon Rahula. De geboorte van de mens gaat samen met de geboorte van de Boeddha.
Het traject van Yasodhara in het dagelijks leven en het traject van Siddhartha lijken de verschillende paden weer te geven. Twee mogelijke paden die beide tot ontwaken leiden, als een concrete illustratie van de uitspraak van de Boeddha bij het zien van de morgenster: “Ik, de hele aarde, en alle wezens zijn tegelijkertijd tot aanwezigheid ontwaakt.”

Na het feest komt de afwas

Nadat Rahula geboren is, verandert er veel voor Yasodhara. Haar schoonvader, die eerst zo zorgzaam was en uitkeek naar de geboorte van zijn kleinkind, verandert honderdtachtig graden van houding. Hij begint zich af te vragen of Yasodhara misschien sex heeft gehad met een andere man. Hij ziet Rahula niet langer als zijn kleinkind, maar als een bastaard. Yasodhara moet voor een tribunaal van rijke mannen uit de Sakya clan verschijnen. De baby wordt op een grote steen gelegd, die in het water wordt geworpen. Als de steen blijft drijven is dit het teken dat Rahula echt de zoon van de Boeddha is. De steen blijft inderdaad drijven en de baby komt ongedeerd uit het proces. 

Ook wordt verhaald dat de Sakya’s Yasodhara in het vuur gooien als straf voor haar vreemdgaan. Yasodhara blijft verklaren dat ze trouw is gebleven aan haar man, en dat Rahula het kind van de Boeddha is. Nadat ze dit gezegd heeft, verandert het vuur in een meer met in het midden Yasodhara op een grote lotusplant en Rahula op haar schoot. Ondanks alle wonderen blijven de Sakya’s aan haar twijfelen, en door de jaren heen komen er regelmatig suggesties naar boven om haar zweepslagen te geven,  de ogen uit te steken, te verminken, aan een paal op te hangen of levend te begraven.

Zes jaar na zijn ontwaken bezoekt de Boeddha het paleis in Kapilavastu. Yasodhara ontmoet de Boeddha. Ze is vol vreugde om hem te zien, en zeer geroerd omdat hij nu de Boeddha is, de Ontwaakte. De Boeddha erkent Rahula als zijn zoon, en verkondigt publiekelijk dat Yasodhara trouw geweest is aan hem. Daarmee neemt hij alle twijfel over haar situatie weg.

Dan komt het moment dat de Boeddha weer vertrekt, waarbij hij Rahula meeneemt. Want zijn zoon wordt – net als vele andere mannen uit de gemeenschap – een volgeling van de Boeddha. Hiermee is de situatie voor Yasodhara dat ze niet alleen zonder echtgenoot  zit, maar ook zonder haar zoon die ze opgevoed heeft.

Non

Er breekt een moeilijke tijd aan voor de Sakya clan. Veel mannen hebben huis en haard verlaten en zijn de Boeddha gevolgd. Dit betekent dat veel echtgenotes, moeders en dochters alleen zijn in een tijd waarin een man de broodnodige bescherming betekende vanuit de patriarchale structuur. Daarnaast hadden de Sakya’s strijd gevoerd met een aangrenzende clan waarbij een groot aantal mannen omgekomen was.
De leider van de gemeenschap, Suddhodana, wordt oud. Niet alleen zijn zoon en kleinzoon zijn weg, maar doordat ook vele andere aristocratische jongelingen zich als monnik bij de gemeenschap van de Boeddha hebben aangesloten, is er weinig toekomst. Als Suddhodana overlijdt wordt de basis voor de clan wel heel erg wankel.

Volledige vrijheid

Yasodhara besluit, dat haar plek niet langer in het wereldse leven is. Haar schoonmoeder Mahaprajapati, de stiefmoeder van Siddhartha, heeft door haar vasthoudendheid bewerkstelligd dat ook vrouwen zich bij de gemeenschap van de Boeddha kunnen voegen. Yasodhara vertrekt, sluit zich aan bij de gemeenschap en laat zich wijden.

Ze groeit uit tot een van de belangrijkste nonnen en geeft leiding aan een grote gemeenschap van vrouwen (er wordt gesproken over 46.000 vrouwen). Als ze 78 jaar is, voelt ze dat haar leven compleet is en verkiest ze om haar lichaam te verlaaten. Het kiezen van het tijdstip van je dood werd destijds gezien als teken van grote spirituele kracht en van het overgaan naar het nirvana. Om haar lichaam te verlaten heeft ze de toestemming van de Boeddha nodig. Ze bezoekt hem een laatste keer. De Boeddha ziet dat ze de volledige vrijheid heeft bereikt, en noemt haar de meest rechtschapen persoon van alle vrouwen. Hij vraagt haar om haar spirituele krachten te tonen, zodat niemand zal twijfelen aan haar verlichte staat. Dit is uitzonderlijk, omdat normaal gesproken spirituele kracht niet iets is wat je toont. Yasodhara vertelt over vorige levens waarin ze ook samen was met de Boeddha, en geeft een indrukwekkend onderricht voordat ze haar lichaam verlaat.

Het verhaal eindigt met te vertellen dat de Boeddha zorg droeg over alle nodige rituelen voor Yasodhara’s begrafenis.

Bronnen