Satsu (1714 – 1789)

Tijdsbeeld

Satsu leefde in de 18e eeuw in Japan, halverwege de Edo-periode. Dit was een periode van ruim 250 jaar (1603-1867) waarin er vrede heerste. Na een chaotische periode die het land had doorgemaakt, was er nu een tijd van economische groei, met een strenge sociale orde en een isolationistische politiek.

Satsu groeide op in het vissersdorp Hara, dat vlak bij de berg Fuji ligt. Het was een klein plaatsje langs de tokaido, de oostelijke zeeroute van Kyoto naar Edo (het huidige Tokio). Er werd voornamelijk te voet gereisd, omdat karren in die tijd vrijwel niet bestonden. Rijkere mensen reisden in een kago (een soort grote doos die op stokken door vier mensen werd gedragen). Aan de tokaido lagen 53 plaatsen waar je kon overnachten, eten en drinken en waar de paarden verzorgd konden worden. Hara was een van deze 53 rustplaatsen. De hele route duurde een week, maar met slechtere weersomstandigheden kon de reis wel een maand duren.

Map of the Tokaido Road, Utogawa Hiroshige (foto fujiarts.com)
Jeugd 

Soms wordt ze in geschriften Satsu-jo genoemd. De toevoeging ‘jo’ bij een naam wordt gebruikt als aanduiding voor een kind. Aangezien er een aantal opmerkelijke verhalen uit haar jeugd bekend zijn, wordt ze soms aangeduid als Satsu-jo. 

De vader van Satsu  was de neef van de grote zenmeester Hakuin. Als jongens waren ze speelkameraadjes en toen ze volwassen werden, bleef er een nauwe band tussen de twee mannen. Hakuin werd later de leraar van Satsu. Hij leefde ook in Hara, en is bekend geworden om zijn hervorming en vernieuwing van de rinzai-zen waarbij hij terugkeerde naar wat hij zag als de essentie van zen: meditatie en het gebruik van koans. Voor Hakuin ging het om direct en lijfelijk ervaren. Hij maakte geen onderscheid in personen bij het onderrichten van de dharma, iedereen was welkom. Naast monniken en mannen in het dagelijks leven, behoorden ook vrouwen, en zelfs prostituees tot zijn leerlingen. Sommige leken-beoefenaars heeft hij transmissie gegeven, wat zeer ongebruikelijk was in die tijd.

Vader Shoji was een aanhanger van de plaatselijke Nichiren tempel die hij ook financieel steunde. Binnen het Nichiren boeddhisme neemt de Lotussoetra een centrale plaats en wordt gezien als de tekst die de ultieme en meest diepgaande leringen van de Boeddha bevat. Satsu gaat als kind vaak met haar vader mee naar de tempel. 

Achterwerk

Uit beschrijvingen over haar lijkt ze qua lichaam niet te voldoen aan het heersende schoonheidsideaal en haar ouders waren bang dat ze geen echtgenoot zou vinden. Hun zorgen worden versterkt doordat Satsu een zeer eigenzinnige en onconventionele puber is, een scherp inzicht heeft en zeer ad rem uit de hoek kon komen. Ze voldoet absoluut niet aan het beeld van een volgzame vrouw waar toekomstige echtgenoten naar op zoek zijn. Als Satsu een jaar of 16 is, stellen.  haar ouders voor dat ze tot Kannon gaat bidden om haar kansen op de huwelijksmarkt te vergroten. Kannon is de bodhisattva van mededogen, ook wel Kanzeon (Japans), Guanyin (Chinees) of Avalokiteshvara (Sanskriet) genoemd. Deze recitatie is waarschijnlijk dezelfde tekst geweest die nu ook nog door zenboeddhisten wordt gebruikt, namelijk de Enmei jukku Kannon gyo:

“Kanzeon na mu butsu yo butsu u in  
yo butsu u en bu po so en jo raku ga 
jo cho en Kanzeon bo nen Kanzeon 
nen nen ju shin ku nen nen fu ri shin”

Detail van een beeld van Kannon (Foto: getarchive.net 2c6fef)


Satsu begint met reciteren en doet dit al snel met veel overgave. Ze zegt de tekst niet alleen in de tempel op, maar ook tijdens haar dagelijkse activiteiten zoals schoonmaken, wassen en poetsen. Binnen korte tijd krijgt ze een belangrijke realisatie die ook duidelijk wordt in het gezinsleven. Want als haar vader op een dag de kamer van Satsu-jo binnenkomt, ziet hij haar boven op een aantal delen  van de Lotus-soetra zitten, het meest heilige boek voor aanhangers van de Nichiren! “Wat doe je, je zit bovenop de Lotus-soetra!”, schreeuwt hij verontwaardigd. Maar Satsu-jo antwoordt rustig: “Hakuin zegt dat alles boeddhanatuur heeft, dus waarin verschilt deze wonderbaarlijke soetra van mijn achterwerk?”. 

Geen herhaling

Haar vader weet niet goed hoe om te gaan met deze voor hem onhandelbare dochter en gaat naar Hakuin. Hij vertelt hem over Satsu’s reactie bij het zitten op de Lotus-soetra. Hakuin is in zijn nopjes, want hij herkent het inzicht van Satsu en vezekert haar vader dat hij hem kan helpen. Vervolgens schrijft Hakuin een gedicht en  geeft dit aan Satsu’s vader met de instructie om dit in huis op te hangen op een plek waar ze het zal zien. Het gedicht gaat als volgt: 

Als je het geluid kunt horen van een kraai die niet krast in het midden van de nacht
zal je de vader van voor dat je geboren bent verwelkomen.

Satsu-jo ziet het hangen en zegt: “Hé, dat is het handschrift van meester Hakuin. Tsjonge, ik had beter van hem verwacht!”
Als Hakuin dit hoort, vraagt hij om Satsujo naar zijn tempel te brengen. Hakuin stelt haar een aantal vragen die ze zonder aarzelen beantwoordt. Dan geeft hij haar koans. Ze overdenkt ze een paar dagen en komt iedere keer tot de kern ervan.

Op een dag geeft Hakuin haar een koan en vraagt: “Hoe begrijp je deze koan?”. Satsu zegt: “Sorry, kunt u het nog een keer herhalen?”. Hakuin begint weer met de koan, maar nog voor hij uitgesproken is, zet Satsu haar beide handen voor zich op de vloer en maakt een diepe buiging. “Dank u voor de moeite”, zegt ze en verlaat de kamer.
Hakuin roept uit: “Ik moet oppassen, want ik ben ertussen genomen door een jonge snotneus!”. 

Dit is echt Satsu. Zonder zich te laten imponeren door het feit dat ze een groot zenmeester voor zich heeft, handelt ze direct vanuit de situatie waarbij ze ook zichzelf en haar karakter als deel van de gehele situatie meeneemt. Zonder aarzelen, speels en levendig drukt ze zich uit. Na een half jaar heeft ze alle koans gepasseerd die Hakuin haar geeft.

Dagelijkse praktijk

Satsu wil niet trouwen, maar dat is tegen de wens van haar vader. Hij noemt het tegendraadse gedrag van zijn dochter als hij Hakuin ziet. Hakuin komt op de kwestie van trouwen terug als hij Satsu spreekt en vertelt haar dat, hoewel ze de dharma volledig doorgrondt, het goed zou zijn om dit in de dagelijkse praktijk te laten rijpen. Hakuin was een fervent voorstander van de post-satori training. Op zijn sterfbed, een dag voor zijn overlijden, maakt hij zijn laatste kalligrafie met de tekst ” Meditatie in het hart van actie is oneindig veel dieper dan meditatie in stilte”. Wakker worden is geen eindpunt. Het gaat om de dharma uitdrukken, van dag tot dag leven. Hij raadt Satsu daarom aan om niet het klooster in te gaan maar te trouwen.

Ze volgt zijn advies op en trouwt met Watanabe Kenzaemon, wiens familie de eigenaar is van een herberg voor de hogere, rijkere families die over de tokaido reizen. En zo is Satsu zenmeester, gewoon in het dagelijks leven met een gezin, een huishouden en alle verantwoordelijkheden die erbij horen. Op haar 44e wordt ze weduwe. 

Niets uitsluiten

In alle voor- en tegenspoed drukt Satsu haar dharma uit, fris en vrij functionerend, passend in de situatie. Als ze grootmoeder is, overlijdt haar kleindochter. Ze huilt en treurt. Een oude buurman wijst haar terecht. “Je bent bij Hakuin in de leer geweest, je hebt kensho en satori gehad en je verlichting is bevestigd door Hakuin. Dan moet je toch niet zo emotioneel zijn en stoppen met huilen.” Satsu is woedend en scheldt hem uit: “Kale idioot, wat weet jij er nou van? Mijn tranen zijn veel beter dan wierook en bloemen offeren, of kaarsjes branden!”. De oude man vertrekt zonder nog een woord te zeggen.

(Foto: Ahmed op Pexels)

Gevoelens worden niet ontkend door Satsu. Ook gevoelens – prettig en onprettig – zijn manifestaties van boeddhanatuur. Kunnen we ze door ons heen laten gaan zonder weg te duwen, zonder uit te spuwen? Kunnen we ze afgestemd op dit-hier meenemen in ons handelen?

Toen Satsu overleden was, merkte een van de leerlingen van Hakuin op: “Tijdens het leven van oude zenmeester Hakuin werden veel mensen verlicht door zijn onderricht. Satsu was hier het meest voortreffelijke voorbeeld van. Zelfs oudere monniken, senioren, die al sinds lange tijd beoefenden waren veruit haar mindere.”

Bronnen