Biografieën – Chinese vrouwelijke voorouders

Voor algemene bronnen klik hier. Voor bronnen over Chinese voorouders zie ook het gelijknamige deel onder Literatuur. Waar relevant, worden bij de levensbeschrijving van de voorouder specifieke bronnen genoemd.

Jingjian (ca. 292-361)

Zhu Jingjian wordt gezien als de eerste boeddhistische non in China. Bij haar geboorte kreeg ze de naam Zhong Lingyi. Ze woonde aan het oostelijke begin van de zijderoute. Jingjian kreeg les in kalligrafie, schilderen, schaak en het bespelen van de luit. Ze trouwde als jong meisje en ging in Luoyang wonen.

(Foto: Wikemedia Commons)

Rond 200 na Chr was in Luoyang reeds een redelijk grote boeddhistische gemeenschap ontstaan. Het was de plaats waar de heersende Jin dynastie was gevestigd. De stad had zo’n 600.000 inwoners en was de één na grootste stad ter wereld (Rome was destijds de grootste stad). Echter, toen Jingjian 19 jaar was – 311 na Chr -, werd het volledig verwoest in een oorlog.

Haar man overleed al snel. Hierdoor was Jingjian gedwongen om in haar eigen onderhoud te voorzien, wat ze deed door les te geven in de vaardigheden waarin ze zelf was onderwezen. Jingjian was geïnteresseerd in het boeddhisme, en na lang zoeken vond ze een monnik, genaamd Fashi, die haar onderricht wilde geven. Thuis bestudeerde ze ook de soetra’s die ze van hem leende. Ze verkreeg groot inzicht in de boeddhistische leer en rond haar 30e jaar wilde ze non worden. De boeddhistische leefregels voor nonnen waren in die tijd echter nog niet bekend in China. Daarom gaf hij haar de tien leefregels voor monniken. Ze stichtte een eigen klooster voor vrouwen in Luoyang: het Zhulin klooster – het Bamboe Bos klooster – en creëerde zo een weg voor vrouwen om te beoefenen. Bij gebrek aan een officiële vrouwelijke leraar gaf ze door wat ze zelf had ontvangen aan haar mede-nonnen. Er werd verteld dat ze dit beter deed dan menig gewijde monnik. 

Zongji (ca. 504-575)

Zij was waarschijnlijk de dochter van keizer Wu. Er is weinig over haar bekend, maar wel is duidelijk dat ze leerling werd van Bodhidharma, de eerste patriarch van zen, in het Shaolin klooster.

Shaolin klooster (Foto: Gary Todd)

Ze werd een van zijn vier opvolgers,  Dit wordt beschreven in het verhaal waarin Bodhidharma hen ondervraagt over hun inzicht in de Dharma. Op Zongji’s antwoord reageerde hij met de uitspraak: je hebt mijn vlees. De andere drie ontvingen zijn huid, zijn botten en zijn merg. Hoewel de zen-lijn verder gelopen is via Huike die ‘het merg’ kreeg, noemt de bekende zenmeester Dogen (1200-1253) hen expliciet als vier gelijkwaardige opvolgers.

Lingzhao (762-808)

Ze was de dochter van de bekende lekenbeoefenaar P’ang Yun die een boek heeft geschreven met verhalen vol humor over het gezin en over zijn gesprekken met zenmeesters. Lingzhao  groeide op in Hengzhou, het huidige Hengyang, in het midden van zuidoost China. Haar vader was een koopman die onder meer in zijden kleding handelde. Haar moeder verrichtte werk op het land, en in en om het huis. Beide ouders wijdden zich aan het beoefenen van chán – het latere zen in Japan – in het dagelijks leven. Lingzhao had ook een oudere broer.

Haar naam betekent Stralende Geest. Ze was intelligent en bleek een uitstekend vermogen te hebben in het doorgronden en verwoorden van spirituele zaken. Toen Lingzhao 18 jaar was, gaf haar vader hun huis en alle bezittingen weg en leefde het gezin zonder vaste verblijfplaats. Hij was vaak langere tijd van huis om kloosters en zenmeesters te bezoeken. Op haar 28e stond Lingzhao er op om met hem mee te gaan. Zo trokken ze jarenlang rond en voorzagen in hun onderhoud onder meer door het maken van gevlochten huisraad, gemaakt van bamboe en gras.

Lingzhao, schildering Muromachi periode, Japan (Foto: Nara National Museum)

Haar vader debatteerde niet alleen met vele zenleraren, maar ook met Lingzhao waarbij zij altijd een zeer directe en passende uitdrukking van de Dharma wist te geven. Toen Lingzhao 46 jaar was koos ze zonder angst haar dood in een bijzondere, bijna speelse zen dialoog met haar vader. Als hij ziet dat  ze overleden is reageert hij rustig: “Mijn dochter is me weer eens een keer te vlug af geweest”.

Ling Xingpo (leefde in de 8e eeuw)

Ling Xinpo had een helder inzicht in de Dharma, wat bleek uit de gesprekken die ze voerde. Toen ze nog jong was en nog maar net in het klooster zat, bezocht ze zenleraar Fubei, opvolger van Mazu. Ze vroeg Fubei hoe hij onderricht kon geven als het ware woord niet gesproken kan worden, hoezeer je dat ook probeert. Hij kon hier niet echt een goed antwoord op geven.
Later werd ze  geroemd door de bekende zenmeester Zhaozhou waar ze gedichten mee uitwisselde. 

Ling Xingpo wordt genoemd in De Collectie van Transmissie van het Licht (ca. 1004) bij de geschiedenis van Fubei.

Moshan Liaoran (leefde in de 9e eeuw)

Er is weinig tot niets bekend over het leven Moshan Liaoran voordat ze een non werd. Ze kreeg transmissie van Gaoan Dayu, nazaat van zenmeester Mazu, en had haar eigen klooster op een berg. Op een dag bezocht de monnik Guanzhi Zhixian haar klooster. Hij was op pelgrimstocht nadat hij in de leer was geweest bij zen meester Linji. Guanzhi is vol achterdocht over Moshan, omdat ze een vrouwelijke zenmeester is. Maar na het eerste onderhoud wordt hij haar leerling en later haar dharma opvolger. Aan het einde van zijn leven zegt hij over zijn onderricht: “Ik heb een halve lepel gekregen van papa Linji en een halve lepel van mama Moshan, dus het is een volle lepel. Sindsdien – nadat ik het volledig heb verteerd – ben ik heel tevreden”.

Moshan Liaoran is de eerste vrouwelijke Dharma-erfgenaam. In de Chan-transmissielijn. In De Collectie van Transmissie van het Licht – Jingde Chuan Denglu, ca. 1004 – heeft ze als enige vrouw een eigen hoofdstuk.

Dogen (1200-1253) roemt haar als hij onderstreept dat monniken onderricht moeten aannemen van goede zenmeesters, of diegene nu een man of een vrouw is. 

Liu Tiemo, “Iron Grinder Liu” (ca. 780-859)

Liu Tiemo werd geboren in een boerenfamilie in het noorden van centraal China. Ze was een eenvoudig meisje met een klein, stevig postuur dat haar vader hielp bij het werken op het land van een rijke boer. Het gezin was arm en er was weinig te eten. Daarom vertrok Liu al jong en zwierf rond, vaak onderdak zoekend in nonnenkloosters. Op een gegeven moment vroeg ze om gewijd te worden. Ze richtte zich op studie en meditatie en werkte hard. Uiteindelijk werd ze een leerling van zenmeester Guishan die haar tot één van zijn dharma opvolgers benoemde. De grote Japanse zenleraar Hakuin zegt later over hen dat ze twee meesters waren, volledig open.

(Foto: Soo Chul Park)

De bijnaam van Liu Tiemo was ‘Iron Grinder’, de molen die ijzer maalt in plaats van tarwe of rijst. Ze kreeg deze bijnaam omdat ze een gevreesd zenleraar was, scherp van geest, iedere illusie vermalend en ieder dharma-debat winnend van welke monnik dan ook. Ze staat in de koan-collectie Het Boek van Gelijkmoedigheid  (kwestie 60) en in De Verzameling van de Blauwe Rots (nummer 24). 

Zie ook uitgebreide biografie.

Miaoxin (840-895)

De naam Miaoxin betekent ‘Wonderbaarlijk Geloof’. Er is weinig over haar bekend. Haar bijnaam was Huaizi, “kind van de Huai-rivier”. Dit is een rivier van meer dan 1000 km lang. Waarschijnlijk werd Miaoxin ergens aan de oevers van deze rivier geboren. Ze werd leerling van zenmeester Yangshan Huiji. Yangshan was de dharma-broer van de vrouwelijke zenmeester Liu Tiemo ‘Iron Grinder’. Dit bevorderde misschien dat Yangshan vrouwen als leerling aannam. Hij waardeerde Miaoxin in elk geval in hoge mate en maakte haar hoofd van wereldlijke zaken voor zijn klooster. Net als Liu was Miaoxin een stevige persoon in het dharma-debat.

Zo kwamen op een dag zeventien monniken voor dharma-onderhoud naar het klooster. Miaoxin hoorde ze vooraf discussiëren over de betekenis van een verhaal over vlaggen in de wind van de zesde Patriarch Huineng. Ze wees hen terecht met één opmerking. Dit gaf de monniken zo’n groot inzicht dat ze niet meer naar Yangshan gingen maar het klooster verlieten.
De Japanse zenmeester Dogen (13e eeuw) noemt haar als een voorbeeld bij het terechtwijzen van monniken in hun afwijzing om van vrouwelijke leraren onderricht te ontvangen. 

Shiji (leefde in de 9e eeuw)

Haar naam betekent ‘ware realiteit’. Er is eigenlijk niets over haar persoonlijke leven bekend. Ze leefde in een tijd waarin het boeddhisme sterk vervolgd werd. Meer dan 40.000 tempels werden vernietigd en honderdduizenden monniken en nonnen vluchtten of verlieten het monastieke leven. Shiji heeft een belangrijke rol gespeeld in het ontwaken van zenmeester Gutei (Jinhua Juzhi). De gebeurtenis wordt beschreven in de koan-collectie De Verzameling van de Blauwe Rots, kwestie 19. In het verhaal komt Shiji onverwachts langs bij Gutei, die gevlucht was naar een kluizenaarshut in de bergen. Ze zet haar hoed niet af – wat eigenlijk heel onbeleefd was – en vertelt hem dat alleen te doen als hij hier en nu iets kan zeggen. Gutei is echter sprakeloos. Shiji loopt om hem heen, stampt met haar staf op de grond, herhaalt haar vraag nog twee keer, maar Gutei weet niets te zeggen.

‘Oude vrouw op de rug gezien’ door Vincent van Gogh ( Foto: Picryl)

Shiji vertrekt en Gutei beseft dat hij ondanks zijn status als soetra-meester niet het ware inzicht heeft en gaat op zoek naar onderricht.

Juhan Daojen / Jishou (leefde in de 11e eeuw)

Er is vrijwel niets over haar bekend. Ze was een dharma-opvolger van Yuanwu Keqin (1063–1135), een zenmeester die de koan-collectie De Verzameling van de Blauwe Rots samenstelde. Voor haar ontwaken gebruikte hij een koan met  daarin “It’s not mind, it’s not Buddha, it’s not a thing. What is it?”. Dahui, de dharma-broer van Juhan, gebruikte later uitsluitend deze zin bij zijn eigen vrouwelijke leerling Miaodao (zie verder op deze pagina).

Daoshen (leefde rond het jaar 1000)

Over Daoshen is slechts zeer summiere informatie bekend. Ze was een dharma-opvolger van Furong Daokai, die leefde van 1043-1118. Furong was een zenmeester die de Soto-lijn weer deed herleven in China. Daoshen had twee mannelijke dharma-opvolgers.

Huiguang (12e eeuw)

Er is niet veel bekend over de afkomst van Huiguang. Ze was een dharma-opvolger van Kumu Facheng. Kumu was een dharma-broer van de vrouwelijke zenmeester Daoshen (zie eerder op deze pagina). Na haar overdracht werd Huiguang  abdis van Dongjing Miaohui, een groot en belangrijk klooster in Kaifeng. Ze werd ook wel Grote Meester Jingzhi genoemd. In een voordracht vertelde ze over de koan ‘De oude vrouw van de berg Wutei’ waarin een oude vrouw de weg wijst aan de bekende zenmeester Zhaozhou. Met het vertellen van deze koan betuigde ze haar respect voor deze naamloze oude vrouw. Het verhaal staat in de koan-collecties De Poortloze Poort (kwestie 31) en Het Boek van Gelijkmoedigheid (kwestie 10). Huiguang stond bekend om haar welsprekendheid en uitgebreide kennis. Ze sprak voor gemengde groepen van nonnen en monniken, en onderrichtte tevens de keizer van China.
Haar voordrachten zijn opgenomen in de Jiatai Pudeng Lu – The Comprehensive Record  of the Transmission of the Lamp, ca. 1204. 

Huiwen (12e eeuw)

Huiwen was dharma-opvolger van Foyan Qungyuan. Ze werd benoemd om onderricht te geven in het Jingju klooster van Wenshou en gaf vanuit keizerlijk besluit openbare lezingen. Haar onderricht is opgenomen in twee collecties, de Liandeng Huiyao (1183) en de Wudeng Huiyao (13e eeuw).

Fadeng (12e eeuw)

Zij was een dharma-opvolger van de vrouwelijke zenmeester Huiwen (zie eerder op deze pagina) en werd ook wel genoemd Grote Meester Wuxiang. Evenals haar leraar Huiwen onderrichtte Fadeng in het Jingju klooster van Wenshou. Haar geschiedenis en onderricht staan in de Jiatai Pudeng Lu – The Comprehensive Record  of the Transmission of the Lamp, ca. 1204.

Yu Daopo (ca. 1100-1160)

Yu Daopo was getrouwd. Ze had zenmeester Langye Yongqi horen spreken over ‘de ware persoon zonder rang’. Dit hield haar erg bezig. Toen ze korte tijd later samen met haar man naar de plaatselijke tempel liep met een schaal gebakjes ontwaakte ze bij het horen van een bedelaar die “Geluk in het Het Land van de Lotus” zong. Ze gooide de schaal op de grond. Haar man werd kwaad, maar ze gaf hem een draai om zijn oren met de woorden: “Hier ga jij niet over!”

Mooncakes

Yu Daopo werd de dharma-opvolger van Langye, en was de enige leerling die hij transmissie gaf. Ze weigerde echter om gewijd te worden. Ze bleef gewoon bij haar echtgenoot en begon een banketbakkerswinkel. Als de klant een monnik was ging ze het dharma-debat aan en onderrichtte hem op haar eigen directe manier. Ze was bevriend met zenmeester Yuanwu Keqin – degene die de bekende koan-collectie De Verzameling van de Blauwe Rots samenstelde. Ook met hem debatteerde ze zonder schroom en tot veel plezier van hen beiden.

Miaodao (1090-1163)

Miaodao werd geboren in een invloedrijke en politiek succesvolle familie die in Noord-China woonde. Als kind zocht ze vaak de stilte op om te contempleren. Haar vader wilde niet dat ze non werd, maar toen ze dit nog steeds wilde op haar 20e, stemde hij toe. Ze trok rond, studeerde bij verschillende leraren, maar was het grootste deel van de tijd alleen. Er brak een heftige tijd aan met oorlog en strijd waarbij de noordelijke Song-dynastie ten val kwam en Miaodao kreeg het bericht dat haar hele familie gedood was.

Op haar 44e hoorde ze zenmeester Dahui Zonggao spreken en werd zijn leerling. Tot dan toe had ze voornamelijk ‘silent illumination’ beoefend, een vorm van zen die het zitten centraal stelde. Dahui was van de rinzai-lijn binnen zen en werkte bij haar met hua-t’ou, slechts één zin uit een koan: ‘Het is niet de geest, het is geen Boeddha, het is geen ding; wat is het?’. Zijn eigen leermeester had deze koan ook gebruikt bij de vrouwelijke leerling Juhan Jishou Daoren (zie eerder op deze pagina). Miaodao is de eerste persoon die door middel van hua-t’ou tot ontwaken komt. Tot op de dag van vandaag wordt deze werkwijze gebruikt.
Ze was de eerste dharma-opvolger van Dahui. Echter, ze is niet opgenomen in zijn officiële bloedlijn. Het verhaal en onderricht van Miaodao zijn wel opgenomen in de officiële stambomen van chan (Chinese zen), de Liandeng Huiyao uit 1183 en de Jiatai Pudeng Lu – The Comprehensive Record  of the Transmission of the Lamp, ca. 1204.

In een van haar voordrachten zegt Miaodao “Ieder mens is compleet in alle aspecten en ieder ding is volmaakt. Datgene wat compleet en volmaakt is, bedekt de hele aarde en reikt tot aan de hemel. Ogen staan horizontaal en neuzen verticaal”. Deze laatste zin is bekend geworden door de Japanse zenmeester Dogen, maar honderd jaar voor hem gebruikte Miaodao deze uitdrukking dus al.

Zhidong / Kongshi Daoren (Weiju) (1050- 1124)

Zhidong (Zhitong) werd geboren in een ontwikkelde, geletterde familie en kreeg goede scholing. Ze was getrouwd met de kleinzoon van de premier, maar hield dit niet vol. Hoewel haar man haar liet gaan, mocht ze van haar vader niet het klooster in wat ze ten diepste wilde. Ze zorgde voor haar ouders, leefde eenvoudig en had een boeddhistische tekst waar ze intensief op mediteerde. Het bracht haar tot groot inzicht. Na het overlijden van haar ouders moest ze volgens de familieverplichtingen voor haar broer zorgen. Als leken beoefenaar volgde ze onderricht bij diverse zenmeesters en kreeg de naam Kongshi Daoren. Toen ze 61 was, overleed haar broer. Kongshi was vrij, maar inmiddels had ze ondervonden dat ontwaken niet in het dragen van een pij zit. Ze bleef een leek. Wel bezocht ze vaak de zenleraar Sixin Wuxin en op een dag viel ook de laatste sluier weg bij haar, wat Sixin bevestigde.

Kongshi besloot om zich niet als zenleraar te vestigen, leidde geen klooster en nam geen leerlingen aan, maar bleef in het wereldse leven. Ze opende een badhuis en deelde op haar eigen manier de dharma tijdens het werken, afgestemd op de persoon.

Veel mensen in haar omgeving wisten niet dat de oude vrouw van het badhuis een groot zenmeester was. Ze schreef een boek met commentaren, genaamd Het Boek van Ontwaken dat door heel China werd verspreid, maar helaas is dit verloren gegaan. Aan het einde van haar leven – ze werd 74 jaar – sloot ze het badhuis. Ze ging in een klooster wonen en liet zich alsnog wijden, waarbij ze de naam Weiju kreeg. Ze werd gerespecteerd door bekende zenmeesters en er wordt verteld dat velen door haar ontwaakten.

Zie ook de uitgebreide biografie.

Miaozong (1095-1170)

Miaozong (Miao-tsung) was de kleindochter van vice-premier Su Song.  Als puber was ze al gegrepen door vragen als: wanneer we geboren worden, waar komen we dan vandaan? En als we doodgaan, waar gaan we dan naar toe? Op haar 15e kreeg ze vanuit het contempleren op deze vragen een groot inzicht, maar ze praatte er niet over omdat ze dacht dat iedereen dit kende.
Hoewel opgegroeid in een geprivilegieerd milieu had Miaozong te maken met de beperkingen in die tijd voor een vrouw. Ze moest trouwen met een man die haar ouders voor haar hadden uitgekozen. Toch ging ze diverse zenmeesters bezoeken, omdat ze het getrouwde leven leeg en oppervlakkig vond. Waarschijnlijk werd het contact met zenmeesters ondanks haar vrouw-zijn toegestaan vanwege haar oudere schoonzus Kongshi Daoren die ook zen beoefende.

Uit de dialogen die Miaozong met diverse zenmeesters had, bleek duidelijk haar inzicht in boeddha-natuur, voorbijgaand aan de vooroordelen over mannen en vrouwen. In 1137 ontmoette ze Dahui. Ze ging bij hem in de leer en werd daarmee de dharma-zus van Miaodao. Dahui gaf haar de naam Wuzhou, ‘Zonder Gehechtheid’. Een opmerkelijke gebeurtenis is het dharma-gesprek dat ze met de hoofdmonnik had, op zijn eigen verzoek. Hij had namelijk moeite met de aanwezigheid van een vrouw binnen de kloostermuren.

‘Danaë’ door Rembrandt van Rijn ( Hermitage, St. Petersburg)

Miaozong ontving hem voor dit dharma gesprek terwijl ze volledig naakt was. In dit gesprek benoemde ze haar vagina als ‘de plek waar alle boeddha’s, patriarchen en grote monniken uit voortkomen’, duidelijk makend dat de hoofdmonnik zelf het probleem creëerde over haar vrouw-zijn.
In 1138 kreeg Miaozong transmissie van Dahui, maar ook zij werd – net zomin als zijn eerste opvolger Miaodao – opgenomen in zijn officiële bloedlijn.

Ze was een gewaardeerd zenmeester. Dahui stuurde regelmatig vrouwelijke studenten naar Miaozong, en zowel leken als monastieke leerlingen kwamen bij haar. Pas vele jaren na haar transmissie, in 1162, werd ze non en abdis van een klooster.
Helaas zijn zowel de biografie die over Miaozong is geschreven als haar voordrachten verloren gegaan. Er is nog wel een verzameling van 43 commentaren van haar op koans van eerdere meesters. Tot op de dag van vandaag wordt ze in Japan geëerd.

Lady Qinguo (leefde in de 12e eeuw)

Eigenlijk weten we weinig meer over haar achtergrond dan dat ze de vrouw was van een belangrijke ambtenaar in de provincie Sichuan. Ze werd een van de zes vrouwelijke dharma-opvolgers van zenmeester Dahui, naast Miaodao en Miaozong. Ook bij Lady Qinguo gebruikte Dahui de hua-t’ou, het intense mediteren en onderzoeken van slechts één korte zin. Ze kreeg van hem de zin ‘Een hond heeft geen boeddha-natuur’. Het bracht haar uiteindelijk tot groot ontwaken.


Twee Japanse zenmeester uit de 17e eeuw, Jifei Ruyi en Tiebi Huiji, gebruikten Lady Qinguo als voorbeeld om hun aristocratische leerlingen te bemoedigen dat het vrouw-zijn geen belemmering is voor realisatie.

Wenzhao (leefde rond 1200)

Er is maar weinig bekend over Wenzhao. Ze werd geboren in een kustprovincie ten zuiden van Shanghai. Toen ze 17 jaar was werd ze non. Ze zwierf rond, beoefende bij diverse zenmeesters, en kreeg overdracht van Ganlu Zhongxuan. Ze is abdis van vijf kloosters geweest, waarbij ze de Vinaya traditie hervormde naar Chan. Ze zette haar leerlingen aan om hun boeddha-natuur te herkennen en te beoefenen voor alle wezens. Ze had minstens één mannelijke opvolger. Haar verhaal en voordrachten staan in de Jiatai Pudeng Lu,The Comprehensive Record  of the Transmission of the Lamp, uit circa 1204.

Miaohui (leefde in de 17e eeuw)

Ze werd geboren in Changzhou dat een kleine 200 km ten westen van Shanghai ligt, en kreeg de naam Zhang Ruyu. Als jonge vrouw trouwde ze, maar haar man stierf kort nadat ze getrouwd waren. Haar ouders wilden dat ze hertrouwde, wat Zhang weigerde. Toen zowel haar vader als moeder overleden waren, besloot ze om non te worden in het Prajna klooster in Changzhou waarbij ze de naam Miaohui kreeg. Ze was een bekend dichteres. In een van haar gedichten beschrijft ze hoe het leven in het klooster en de onderlinge, liefdevolle relaties haar tot ontwaken brachten. Miaohui werd een zenleraar met veel leerlingen. Ze overleed toen ze in de 80 was. Helaas zijn vrijwel al haar gedichten verloren gegaan. (In onderstaande bron is één gedicht van haar te lezen.)

Zhiyuan Xinggang (1597-1654)

Xinggang groeide op als enig kind in Jiaxing, zo’n 100 km ten zuid-westen van Shanghai. Ze was intelligent en had een talent voor het schrijven van poëzie. Ook hield ze zich van jongsaf aan met het boeddhisme bezig. Toen ze 18 jaar was, moest ze trouwen van haar ouders hoewel ze dat zelf niet wilde. Haar toekomstige echtgenoot overleed voordat het huwelijk voltrokken kon worden. Maar zoals gebruikelijk voor die tijd moest Xinggang bij haar schoonouders gaan wonen om aan haar verplichtingen te voldoen. Ze bleef doorgaan met de boeddhistische beoefening. Haar wens voor verdieping nam door de jaren heen toe, maar ook haar wanhoop omdat ze zich zo beperkt voelde en de tijd doortikte. Haar radeloosheid was uiteindelijk zo groot dat ze niet meer at of dronk. Zowel haar ouders als schoonouders stemden er daarom mee in om haar te ontslaan van de verplichting. Ze ontkwam echter niet aan de traditionele taak om zorg te  dragen voor haar eigen vader en moeder. Xinggang had haar boeddhistische beoefening in huis kunnen vervolgen, maar ze wilde meer. Terwijl ze haar dagen wijdde aan de zorg voor haar ouders, zocht ze tevens onderricht bij diverse zenmeesters. Toen haar beide ouders overleden waren had ze de vrijheid om non te worden. Xinggang beoefende zeer intensief, waarbij ze periodes van diepe twijfel en frustratie kende. Uiteindelijk ontwaakte ze tijdens een dharma gesprek met haar zenmeester Shiche over het voeden en baren van haar spirituele embryo. Ze was toen 41 jaar.

Zhiyuan Xinggang (Foto: terebess.hu)


Een aantal jaren na haar dharma transmissie werd ze  abdes en kwam bekend te staan als een charismatisch en welbespraakt zenmeester. Ze onderrichtte met warmte en legde de nadruk op de vreugde van het ontwaken. Veel van haar leerlingen – zowel mannen als vrouwen – waren leken beoefenaars. Ze had zeven vrouwelijke dharma opvolgers. Eén daarvan, Yikui Chaochen, heeft een biografie over Xinggang geschreven. Haar verzameling voordrachten en gedichten zijn bewaard gebleven.

Jizong Xingche (1606-?)

Xingche werd geboren in een welvarende, hoog geschoolde familie.  Haar vader was een wetenschapper die voor zijn werk regelmatig op reis moest en dan tevens boeddhistische leraren bezocht. Ook Xingche bleek als jong meisje al interesse te hebben in de boeddhistische leer.
Haar ouders zorgden voor een goede algemene scholing, waarna ze geacht werd te trouwen. Het huwelijk duurde niet lang. Nadat ze een aantal kinderen hadden gekregen, overleed haar echtgenoot. Xingche trok zich terug op een stukje land van de familie en wijdde zich aan meditatie. Na enige tijd ging ze bij diverse zenmeesters in de leer. Uiteindelijk kreeg ze transmissie van zenmeester Wanru Tongwei.

Eigenlijk wilde ze in afzondering leven, maar haar leraar vroeg haar onderricht te gaan geven. Ze werd onder meer abdis van het Huideng klooster in Suzhou. In 1656 verscheen een omvangrijke bundel van haar overdrachten en gedichten. Ze heeft veel vrouwelijke en mannelijke leerlingen gehad, zowel monastiek als leek.

Jifu Zukui (leefde in de 17e eeuw)

Ze werd geboren in Huzhou, 150 km ten westen van Shanghai. Toen ze opgroeide werd al snel duidelijk dat Zukui een intelligent meisje was. Maar behalve het feit dat ze niet getrouwd is geweest, is er weinig bekend over haar achtergrond. 

Zenmeester Jiqi Hongchu was degene die haar transmissie heeft gegeven. Jiqi had drie vrouwelijke dharma-opvolgers: Zukei, Renfeng Jiyin en Baochi Jizong. Met Baochi heeft Zukui een lange vriendschap onderhouden. Samen hebben ze commentaren toegevoegd aan een collectie koans die de vrouwelijke zenmeester Miaozong  vijfhonderd jaar daarvoor had verzameld en van commentaren had voorzien. Deze collectie van drie verschillende vrouwelijke zenmeesters wordt tot op de dag van vandaag uitgegeven.
Zukui werd abdis van het  Marvelous Clarity klooster en het Cliffside Flower klooster. Veel van haar voordrachten en gedichten zijn bewaard gebleven, uitgebracht in twee boeken. In beide uitgaves is vrijwel geen biografische informatie opgenomen. Degenen die de inleidingen voor de boeken hebben geschreven benadrukken met name haar uitmuntendheid als zenmeester. Het lijkt dat Zukui weinig belang hechtte aan haar persoonlijke achtergrond of haar kwaliteiten als abdis. Het ging haar om de Dharma.

Shenyi (?- 1662)

Bij haar geboorte kreeg ze de naam Xia Shuji. Ze groeide op in een familie die de Ming-dynastie steunde. Haar vader was een hoge functionaris op het ministerie. Shuji kreeg een goede scholing in onder meer literatuur, kunst en kalligrafie, en had een talent voor het schrijven van gedichten. Het was de overgangsperiode van de Ming naar de Qing dynastie. Dit ging gepaard met oorlog, rebellie, plunderingen en veel chaos in het land. Shiji’s vader vocht mee in het leger van de Ming, maar pleegde zelfmoord nadat het leger grote verliezen had geleden. Ook haar 16 jaar oude broer en haar echtgenoot kwamen om in de strijd. Shuji bleef achter met een zoontje van één jaar. Het wereldse leven had afgedaan voor haar en ze trok zich terug in een kleine kluizenaarshut. In de loop van de tijd volgden meerdere familieleden haar voorbeeld, waaronder twee schoonzussen. Ze kreeg de naam Shenyi (ook wel geschreven als Shengyin) en heeft veel leerlingen gehad. Er was een verzameling van haar vele voordrachten, maar die is helaas verloren gegaan.