Women Ancestors Document – indeling

MIDDENIn

In het midden van de cirkel staan twee namen: Prajnaparamita en Kannon. Prajnaparamita is de wijsheid voorbij alle wijsheid. Het gaat hierbij om de openheid van alle dingen, herkennen dat niets een vaste eigen kern heeft. Prajnaparamita wordt ook wel verbeeld als een godin en wordt de Moeder van alle Boeddha’s genoemd.

Prajnaparamita, Museum Volunteers in Maleisië (Foto: taracandra.org)


Kannon (ook wel Kanzeon in het Japans, Guanyin in het Chinees en Avalokiteshvara in het Sanskriet) is de bodhisattva van mededogen. Zij hoort de kreet om hulp van de ander, en kan iedere vorm aannemen om levende wezens tot ontwaken te brengen. Zij verschijnt in tientallen boeddhistische teksten, onder meer de Lotus Soetra, hoofdstuk 25.

Kanzeon, inkttekening door Ekyo Maezumi

In het Mahayana boeddhisme, waar zen onder valt, gaan wijsheid en mededogen hand in hand. Enerzijds is er de openheid en het zien dat er niets buiten mij is. Vanuit de wijsheid voorbij alle wijsheid is er geen ander, niets is substantieel en er valt helemaal niets te doen. Anderzijds is er vanuit het totale ervaren ook een zien en horen van alle leed met een groot verlangen tot helpen. Hieruit vloeit de bodhisattva gelofte voort: hoe talloos de levende wezens ook zijn, ik neem me voor ze allen te bevrijden. Wijsheid en mededogen zijn beide nodig, en kunnen niet zonder elkaar.

STRALEN

De vrouwelijke voorouders staan in een cirkel om Prajnaparamita en Kannon als stralen van de zon. De indeling is chronologisch en op land: India, China, Japan en het Westen.

Als we de cirkel als een klok beschouwen, is het begin op ‘6 uur’ met Prajnaparamita. Zij is de eerste van de groep mythische vrouwelijke voorouders. De volgorde verloopt tegen de klok in. Op ongeveer ‘5 uur’ starten de namen van de Indiase voorouders, waarvan Mahapajapati de eerste is. De meeste vrouwen uit deze groep leefden ten tijde van de Boeddha. Hierna komen de namen van Chinese matriarchen met Jingjian als eerste op ‘3 uur’. Even voor ‘12 uur’ beginnen de Japanse vrouwelijke voorouders met de naam van Zenshin. Tot slot staan vanaf ongeveer ‘7 uur’ de namen van de Westerse vrouwelijke voorouders genoemd. Deze namen zijn enigszins verschillend per sangha, omdat er in het westen een uitwaaiering is ontstaan via verschillende vrouwelijke zenmeesters naar de huidige gemeenschappen. Wel is het gebruikelijk om in de matriarchencirkel alleen namen van vrouwen op te nemen die overleden zijn.